Checklist plaatsbezoek airco: wat je ter plaatse moet noteren
Kort antwoord
Bij een plaatsbezoek voor een airco noteer je per ruimte het gewenste vermogen en de plaats van de binnenunit, de plaats van de buitenunit, het leidingtraject met lengte en muurdoorvoer, hoe het condenswater weg kan, en de elektrische aansluiting. Daarbij neem je foto's van elke plek waar je gaat werken. Wie dat volledig doet, hoeft niet terug om na te meten en kan de installatiedag correct inschatten.
Een plaatsbezoek is het moment waarop je de meeste problemen van de installatiedag kan voorkomen. Een vergeten muurdikte, een meterkast zonder vrije plaats of een buitenunit die niet bereikbaar blijkt: het kost op de werf altijd meer tijd dan het je bij het plaatsbezoek gekost had om het te noteren. Hieronder staat wat wij als minimum beschouwen, per onderdeel. Je kan het uitprinten of overnemen in je eigen formulier.
1. Klantwensen en gebruik
Begin bij de klant, niet bij de techniek. Vraag welke ruimtes gekoeld of verwarmd moeten worden en waarvoor de airco vooral zal dienen. Een slaapkamer die 's nachts stil moet zijn, vraagt een andere keuze dan een bureau op het zuiden dat overdag opwarmt.
- Welke ruimtes, en welke het belangrijkst zijn
- Vooral koelen, vooral verwarmen, of allebei
- Wensen over geluid, zicht van de binnenunit en kleur van de leidinggoot
- Voorkeur voor merk of type, als de klant die heeft
- Wanneer de klant de installatie wil, en of er iets anders gepland is (verbouwing, schilderwerk)
2. Per ruimte: maat, warmtelast en plaats van de binnenunit
Het vermogen van een binnenunit hangt af van meer dan de oppervlakte. Zon, glas, isolatie en het aantal mensen in de ruimte spelen mee. Noteer daarom genoeg om achteraf je keuze te kunnen verantwoorden.
- Lengte, breedte en plafondhoogte
- Oriëntatie en hoeveelheid glas, met of zonder zonwering
- Isolatie: nieuwbouw, gerenoveerd of oud
- Gekozen plaats van de binnenunit, met de vrije ruimte boven en naast de unit (volgens de handleiding van de fabrikant)
- Waar de luchtstroom naartoe blaast: niet recht op een bed of bureau
- Het type binnenunit: wand, console, cassette of kanaal
Neem een foto van de wand waar de binnenunit komt, liefst met de deur of het raam ernaast in beeld, zodat de technieker de plaats meteen herkent.
3. Buitenunit
De buitenunit bepaalt vaak het verloop van de installatiedag. Hangt ze aan de gevel op hoogte, staat ze op een plat dak of op de grond? Elk van die situaties vraagt ander materiaal en soms een ladder of hoogwerker.
- Plaats: gevelsteun, grondsteunen, plat dak of balkon
- Hoogte boven de grond en hoe je er veilig bij kan
- Afstand tot ramen en perceelsgrens van de buren, met het oog op geluid
- Vrije ruimte rond de unit voor luchtaanvoer en onderhoud
- Ondergrond of muur: draagkracht, gevelafwerking, isolatie aan de buitenkant
- Hoogteverschil tussen binnen- en buitenunit
4. Leidingtraject en muurdoorvoer
Meet het traject van de koelleiding echt na en schat het niet. De lengte bepaalt hoeveel leiding, goot en kabel je meeneemt, en of je volgens de fabrikant koelmiddel moet bijvullen boven de lengte waarmee de buitenunit voorgevuld is. Kijk in de documentatie van de buitenunit naar de maximale leidinglengte en het maximale hoogteverschil.
- Totale leidinglengte per binnenunit, en het aantal bochten
- Koelleidingdiameters (vloeistof en gas) volgens de aansluitingen op de units
- Plaats en diameter van de muurdoorvoer, dikte en soort muur, spouw
- Lengte en kleur van de leidinggoot, binnen en buiten
- Obstakels: regenpijp, kabels, ramen, een gevel die niet aangeraakt mag worden
- Verbindingskabel tussen binnen- en buitenunit: type en lengte
Een foto van de gevel waarop je het traject tekent, zegt meer dan een halve pagina tekst. Teken de leidinggoot, de muurdoorvoer en de plaats van de buitenunit erop, met een maat bij elk stuk.
5. Condensafvoer
Een binnenunit die koelt, maakt condenswater. Dat water moet onder afschot weg kunnen, naar een afvoer met geurslot of naar buiten. Lukt dat niet, dan heb je een condenspomp nodig, en dat wil je vooraf weten. Denk ook aan de buitenunit: in verwarmingsstand ontdooit ze regelmatig en dan loopt er water uit. Bij vorst kan dat ijs geven op een terras of een voetpad.
- Waar het condenswater van elke binnenunit naartoe gaat
- Of er voldoende afschot is, of dat er een condenspomp nodig is
- Waar het dooiwater van de buitenunit terechtkomt
6. Elektriciteit
Bekijk de meterkast tijdens het plaatsbezoek en niet pas op de installatiedag. In België moet de elektrische installatie voldoen aan het AREI, het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties. Werk je zelf niet aan de elektriciteit, noteer dan genoeg zodat de elektricien weet wat hem te wachten staat.
- Foto van de open verdeelkast en van de bestaande zekeringen
- Is er een vrije plaats voor een apart circuit met eigen zekering?
- Afstand en traject van de verdeelkast naar de buitenunit
- Plaats van de werkschakelaar bij de buitenunit
- Eenfasig of driefasig, en of de klant recent een keuring had
7. De werf zelf
Dit deel wordt het vaakst vergeten, terwijl het de dag van de technieker bepaalt.
- Parkeren: kan de camionette voor de deur, is er een parkeerkaart nodig?
- Toegang: trap, lift, smalle gang, enkel via de achterdeur
- Ladder, steiger of hoogwerker nodig
- Huisdieren, kinderen, iemand die thuis moet zijn
- Bij oudere gebouwen: kan er asbest zitten waar je gaat boren of slijpen?
- Bescherming van vloeren en meubels
8. Controle voor je vertrekt
Neem twee minuten in de wagen om alles te overlopen. Ontbreekt er een maat of een foto, dan ben je nog ter plaatse om ze te nemen. Daarna maak je het overzicht voor de offerte: units, leidinglengtes, goot, doorvoeren, condenspomp, elektrisch werk en bijzonderheden van de werf.
In AircoFlowPro loopt de plaatsbezoeker deze onderdelen door in 8 vaste stappen op zijn gsm, en ziet hij in de laatste stap wat nog ontbreekt. Of je dat met een app of op papier doet, maakt voor de checklist niet uit: het belangrijkste is dat elke plaatsbezoeker dezelfde lijst volgt.
Wie mag de airco plaatsen?
Werk aan installaties met gefluoreerde koelmiddelen, zoals R32, mag in Vlaanderen enkel door een erkende koeltechnicus, en het bedrijf heeft een erkenning als koeltechnisch bedrijf nodig. In Brussel en Wallonië gelden eigen regels. Kijk de actuele voorwaarden na bij de bevoegde overheid. Op Europees niveau legt de F-gassenverordening (EU) 2024/573 bovendien stap voor stap beperkingen op voor toestellen met koelmiddelen met een hoge GWP.
Veelgestelde vragen
Volstaan foto's van de klant in plaats van een plaatsbezoek?
Voor een eerste prijsindicatie soms wel. Voor een definitieve offerte zelden: de meterkast, de muur van de doorvoer en de plaats van de buitenunit wil je zelf gezien en gemeten hebben. Vraag foto's vooraf, dan weet je wat je meeneemt naar het plaatsbezoek.
Wat als het condenswater niet onder afschot weg kan?
Dan is een condenspomp nodig. Noteer dat bij het plaatsbezoek, samen met de plaats van de pomp en waar ze op afvoert, zodat ze in de offerte en in het materiaal voor de installatiedag zit.
Moet ik de leidinglengte echt meten?
Ja. De lengte bepaalt het materiaal dat je meeneemt en of je koelmiddel moet bijvullen boven de voorgevulde lengte van de buitenunit. Een schatting die een paar meter afwijkt, merk je pas op de werf.